joop pauelDe kunst van het onderwijzen en de manier waarop je les geeft.

Niet altijd gaat het onderwijzen tijdens een judoles vanzelf, Joop Pauel nam 48 judoka’s waaronder vele leraren mee in de door hem verzorgde workshop.

Er werd gestart met een digitale presentatie waar de volgende onderwerpen aanbod kwamen.

  1. Differentieel leren
  2. Van Expliciet – naar impliciet leren

De uitleg bij het aanleren is expliciet, daarbij maakt het vaak geen verschil of de judoka 10- of 20 jaar is. Er word exact verteld hoe de techniek moet worden uitgevoerd.  Bij een keuterles wordt meestal beeldspraak gebruikt, maar vanaf een jaar of 7 gebeurt dit nog maar zelden.

Er wordt te weinig rekening gehouden met de beginsituatie! Ook wordt er vaak aan verschillende leeftijdsgroepen de zelfde les aangeboden, daar waar er al meer kennis is en gestimuleerd moet worden om verder te ontwikkelen.

Hou dan ook rekening met de beginsituatie! Leer de judoka dan ook geen bekende technieken aan maar ga variëren met de kennis en kunde die er al is. Stimuleer dan ook de judoka’s om zelf met variaties te komen en bied daar dan ook ruimte voor.

Oftewel doen we het “zoals we dat nu eenmaal altijd doen” . . . . , Of gaan we dit invullen volgens het “Nieuwe leren” ?

Expliciet leren betekend, volgens de traditionele wijze trainen. Impliciet leren betekend, op gedifferentieerd wijze trainen, wat inhoud op alle bedenkbare mogelijke manieren bijvoorbeeld een worp leren eigen te maken (filmpje Peter Valenteer: https://youtu.be/U2AMfyyUt5c )

Uitgangspunt moet zijn:

  1. Veel gevarieerde oefeningen,
  2. De technische uitvoering wordt zo min mogelijk voorgeschreven,
  3. Er wordt niet verteld hoe het nu precies/exact/ dus expliciet moet worden uitgevoerd,
  4. Aanwijzigingen zoveel mogelijk met “beeldspraak”

De afstand niet zo groot, laat er geen slootje tussen zitten,

Haak met je knieholte in zijn knie holte, 

Variatie kan gevonden worden:

  • Links en rechts uitvoeren
  • Verschillende pakkingen
  • Uke staat steeds verschillend, verplaatst zich in andere richtingen, trekt of duwt Tori, tempowisselingen (van snel naar slow motion)
  • Tori werkt met een aantal Uke’s, meertallen en staat bijv. in midden van de kring met een opdracht,

Na de theorie zijn de O Uchi Gari en O Goshi (Tachi Waza) en gevolgd door passeertechniek met een eindcontrole (Ne Waza) gebruikt als voorbeeld techniek,

Opdrachten die o.a. gedaan werden.

  • Tori heeft alleen de mouw vast, andere hand op wisselende plaatsen, 2 mouwen en links/ rechts uitvoeren,
  • Verzin als 2 tal 4 verschillende variaties, deze werden getoond aan elkaar, ook Uke moest hierbij actief zijn,
  • In Ne Waza vanuit Tachi Waza volgen tot en met eindcontrole,

 Differentieel leren, de judoka verzamelt onbewust kennis/ vaardigheid van datgene wat wordt aangeboden. Zorg voor een grote variatie in oefenstof, laat ze zelf oplossingen vinden, de techniek wordt niet voorgeschreven.

Ga van Onbewust en Spelenderwijs naar zelf ontdekkend (Impliciet leren)

Voordelen van Impliciet werken, aangeleerde blijft langer hangen, ook in stressvolle situaties blijft motoriek goed en ontdekken de judoka’s nieuwe oplossingen, denk hierbij aan examens of in wedstrijden.

Dit vraagt om een gemotiveerde moedige leraar die weet hoe een techniek kan worden uitgevoerd en elke keer weer zijn leerlingen weet uit te dagen.   

Edwin van Harten

Leden voor Leden